Naar een volks(e)democratie

Naar een volks(e)democratie

De parlementaire democratie, zoals wij die kennen, gaat steeds meer gebukt onder kritiek. De kloof tussen burger en politiek is weliswaar van alle tijden, maar lijkt te groeien door het toenemend aantal criticasters. Bij veel van hen heerst een veelal populistische opvatting: politici beloven van alles voor de verkiezingen en lijken al die beloftes gemakkelijk te zijn vergeten als ze met hun partij in de regering zitten. Hier wordt te gemakkelijk voorbij gegaan aan het principe van onze democratie. Die is nu eenmaal gebouwd op het sluiten van compromissen. Dat is meteen de waarborg voor een zekere constante balans in de besluitvorming, waardoor uitwassen in ons land vrijwel uitgesloten zijn. Iets anders is of iedereen zich nog wel vertegenwoordigd voelt in ons democratisch systeem. Ik denk van niet. Onze representatieve democratie wordt steeds meer een ‘speeltje’ van hoger opgeleiden die zich goed weten te manifesteren in allerlei kringen die er in onze democratie toe doen. Hoger opgeleiden gaan ook vaker naar de stembus en slagen er beter in om hun ‘zorgen’ op de politieke agenda te krijgen. De kloof tussen politiek en burger, voor zover daar sprake van is, is misschien dan ook meer een sociale kloof (‘Vertrouwen en democratie’, Rob 2013). En als dat zo is, lijkt mij dat we een groot probleem hebben.

In een democratie als de onze zou het zo moeten zijn, dat het volk regeert, althans dat iedereen zich vertegenwoordigd weet. Helaas is dat allang niet meer zo. Onder lager opgeleiden doet steeds vaker de mening opgeld dat wij worden geregeerd en bestuurd door beroepspolitici voor wie het enige doel lijkt te zijn om zo lang mogelijk te blijven zitten. Politici waarin veel mensen zich niet herkennen, die zich bezig houden met futiliteiten of druk zijn met elkaar de tent uit te vechten. Het is ook teveel een ‘inner circle’-gedoe geworden, een ‘ons-kent-ons’-clubje dat elkaar de baantjes toeschuift. Als een volksvertegenwoordiger tussentijds vertrekt om ‘meer tijd aan het gezin te kunnen besteden’, hoef je veelal niet lang te wachten voordat de media reppen van een benoeming in een pracht baantje. Dat versterkt het cynisme en het wantrouwen onder lager opgeleiden.

Er is al een tijd een roep gaande om een andere inrichting van onze democratie. De Raad voor Openbaar Bestuur (Rob) heeft hier een aantal belangwekkende essays aan gewijd (www.rob-rfv.nl). Op weg naar een ‘andere’ democratie middels de G1000 is al in een aantal gemeenten met succes toegepast en ook wordt vaker gevraagd om een referendum over een kwestie. De directe vorm van democratie door volksvergaderingen of talloze volksraadplegingen, zoals in Zwitserland, kan zich verheugen in een steeds toenemende belangstelling.

Maar het kan ook nog anders. We brengen in een nieuwe democratie de macht echt terug naar de mensen zonder steeds iedereen te hoeven raadplegen. Hoe ziet die nieuwe democratie er dan uit? Laten we maar beginnen met het opheffen van al die politieke partijen. Als mensen met dezelfde ideeën samen willen komen en brainstormen, doen ze dat maar lekker in hun eigen tijd en zonder overheidssubsidie. De Eerste en Tweede Kamer worden samengevoegd tot Het Parlement en de samenstelling gebeurt een beetje analoog aan de wijze waarop in de VS de jury bij een rechtszaak wordt samengesteld. Per provincie en naar inwonertal worden door een computer een selectie gemaakt van inwoners met een mooie verdeling over leeftijd, geslacht, inkomens, opleiding et cetera. Kortom, alle groepen zijn vertegenwoordigd. In totaal worden er 500 mensen geselecteerd die plaats nemen in het parlement. Uit dat parlement wordt een commissie samengesteld van 15 personen (als het parlement er zelf niet uitkomt, wordt de computer weer ingeschakeld) die de sollicitatieprocedure houdt voor ministers en staatssecretarissen. Iedereen die zich bekwaam genoeg acht, kan solliciteren op een post in de regering. Na een voorselectie met wat testjes op intelligentie, analytisch vermogen, onderhandelingsvaardigheden en nog zowat, worden de overgebleven kandidaten voor een post in de regering aan een kruisverhoor onderworpen door de parlementaire commissie.
Elk parlementslid krijgt een persoonlijke assistent en kan daarnaast een beroep doen op de deskundigheid van ambtenaren van diverse ministeries.

Behalve dat er op deze manier meer een beroep gedaan wordt op het gezond verstand van de parlementariërs, hoeft niemand bang te zijn voor baantjesjagers en plucheplakkers, want de ‘uitverkorenen’ die overigens alleen in uiterste noodzaak mogen weigeren, hebben een maximale zittingstermijn van 4 jaar, waarbij de steeds de helft om de twee jaar aftreedt. Er is dus ook nog sprake van een zekere continuïteit. Dit systeem is een mengeling van onze huidige parlementaire democratie, de Zwitserse volksraadplegingen en de peilingen van Maurice de Hond die ook steeds maar 500 mensen nodig heeft om te weten wat die andere bijna 17 miljoen denken en willen. Ik stem voor! Snel invoeren maar.
 
Reageren? lbruijn@bestuursacademie.nl