Anders werken in het kader van de Omgevingswet, hoe doet u dat?

Anders werken in het kader van de Omgevingswet, hoe doet u dat?

Door: Dick Spel

De invoering van de Omgevingswet is een ingrijpende transitie die veel voeten in de aarde heeft. Het wordt een enorme operatie. Maar hoe gaat deze nieuwe wet uw werk als overheidsprofessional veranderen? Of anders gezegd: hoe verandert de invoering van de wet het werken bij de overheid?

De komst van de Omgevingswet

Eerst het goede nieuws. Werken in de geest van de Omgevingswet betekent eigenlijk: werken zoals het bedoeld is. De invoering van de Wabo en die van de Crisis- en herstelwet waren pogingen om de besluitvorming beter en sneller te laten verlopen. De ruimtelijke ordening in Nederland is van oudsher gebaseerd op het aloude ‘blauwdrukdenken’. Dat maakt het moeilijk flexibiliteit, dynamiek en snelheid te realiseren. Pogingen daartoe bleven toch vaak lapmiddelen.

De komst van de Omgevingswet kan het einde inluiden van dichtgetimmerde plannen en complexe regels. Er is ruimte voor initiatieven, meer flexibiliteit en minder overheidsbemoeienis. Dat is voor iedereen positief. Tegelijkertijd wordt er verwacht dat zowel inwoners als het bedrijfsleven, belangengroepen, initiatiefnemers, ambtenaren en bestuurders hun rol kennen en verantwoordelijkheid nemen. Maar dat gaat niet vanzelf. Dat moet goed georganiseerd worden. Voor elkaar en met elkaar.

Dat vereist een andere manier van werken. Maar hoe doet u dat? Daarmee komen we bij een paradox van de Omgevingswet. Juist omdat we af willen van het denken in blauwdrukken en meer flexibiliteit en maatwerk willen leveren, is er maar weinig vastgelegd over het ‘hoe’.

Anders werken: 3 aanknopingspunten

Gelukkig zijn er wel een paar aanknopingspunten. Zo wordt het vooroverleg tussen overheid en adviseurs, initiatiefnemer en belanghebbenden steeds belangrijker. Hierbij is het zoeken naar draagvlak, het informeren en het ophalen van informatie cruciaal. Dit moet ertoe leiden dat het eenvoudiger wordt om de beslissingstermijn van een besluit terug te brengen van de huidige 26 weken naar 8 weken.

Verder zal binnen de ambtelijke organisatie – en tussen organisatie en bestuur – de integrale afweging georganiseerd moeten worden. Hoe zorgt u ervoor dat economische, ruimtelijke, sociale en milieubelangen integraal worden afgewogen? En hoe stelt u vast dat een plan of activiteit per saldo leidt tot verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving? Dat zal, zeker vlak na de invoering van de Omgevingswet, nog wel leiden tot spanningsvelden en dilemma’s.

Tot slot: na de invoering van de Omgevingswet zijn er minder wetten en regels. Dat brengt met zich mee dat de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving op een andere manier bekeken wordt. Op dit moment ligt het sluitstuk van de ruimtelijke ordening met name bij toezicht en handhaving van regels. Door een verbreding naar monitoring en evaluatie is het mogelijk om belangrijke input te leveren over het bereiken van doelen. Dat kan leiden tot het bijstellen van de visie, het plan en de daarbij behorende regels. Ook daarin ligt een aanknopingspunt voor het werken met de Omgevingswet.

Meer weten?

Bij Bestuursacademie Nederland hebben wij een breed aanbod van opleidingen en trainingen over de Omgevingswet. Hierbij hebben wij uiteraard aandacht voor de vraag hoe het werken onder de Omgevingswet eruit komt te zien, voor adviseurs op strategisch, tactisch en uitvoerend niveau. U vindt ons aanbod hier.