“De markt is groot genoeg om te concurreren op kwaliteit en diversiteit”

“De markt is groot genoeg om te concurreren op kwaliteit en diversiteit”

Gemeenten, provincies en Rijk hebben een aantal kwaliteitscriteria opgesteld voor de uitvoering en om inzichtelijker te maken welke kwaliteit burgers, bedrijven en instellingen mogen verwachten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het streven is ook een meer gelijkmatige aanpak over het hele land. In deze kwaliteitscriteria 2.1 zijn 26 rollen opgenomen. Per rol is aangegeven welke activiteiten bij deze rol horen en zijn eisen gesteld aan aanwezige kennis, vakopleidingen, werkervaring en het opleidingsniveau. Hoe kunnen omgevingsdiensten zorgen dat ze aan deze eisen voldoen? Voor Paul Schuurmans, directeur van de Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek, staat het niet ter discussie dat permanent opleiden van medewerkers belangrijk is. Maar dan wel met goede opleidingen die aan bepaalde kwaliteitseisen voldoen.
 
“Na de vuurwerkramp in Enschede en de cafébrand in Volendam zijn de omgevingsdiensten opgericht”, legt Schuurmans uit. “De regelgeving van de verschillende instanties bleek niet goed op elkaar te zijn afgestemd. De oprichting van de omgevingsdiensten had 3 doelen: de kwaliteit van de medewerkers verbeteren, de kwaliteit van de uitvoering verbeteren en als derde om dit onder te brengen in robuuste organisaties.”

Kwaliteitscriteria

“Hiervoor zijn vele pagina’s met kwaliteitscriteria opgesteld. Volgens die criteria zouden veel medewerkers minimaal HBO-niveau moeten hebben”, vertelt hij verder. “Maar voor kleine gemeenten is dat niet altijd haalbaar, want die hebben daar het loongebouw niet voor en hebben daarom vooral MBO’ers of mensen met veel praktijkervaring in dienst. Wij hebben bijvoorbeeld veel veertigers en vijftigers rondlopen die ooit in het vak zijn ‘gerold’ en daar erg goed in zijn, maar als je naar hun opleiding kijkt is hun hoogste opleidingsniveau meestal geen HBO. Als je dan in de kwaliteitscriteria gaat schrijven dat ze een HBO-niveau moeten hebben, dan heb je een probleem.”
 
“Daarom zijn we nu met een landelijke werkgroep bezig om de kwaliteitscriteria actualiseren. Daarnaast heb je de discussie over HBO-niveau. Ik ken iemand die heeft als eindopleiding MAVO-4, maar op zijn vakgebied heeft hij echt een bewezen HBO-niveau. Dan voldoet hij wat mij betreft aan de kwaliteitscriteria. Dat moet je dan wel onafhankelijk kunnen toetsen. Daarom heb je gevalideerde opleidingen nodig in de specifieke vakgebieden. Je moet dan wel kijken naar de relevantie en niet iemand met een HBO-diploma punniken in de chemische technologie laten werken.”

MBO- of HBO-niveau

“We zijn bezig met een branchekwalificatiestructuur waarin we zeggen welke opleidingen voldoen aan de kwaliteitscriteria. Dan krijg je voor een vakgebied basisopleidingen die gecertificeerd zijn op MBO- of HBO-niveau. Voor opleiders is dan ook duidelijk aan welke normen een opleiding die ze aanbieden moet voldoen. Wij hechten erg aan kwaliteit en willen dat ook de instituten die opleidingen aanbieden aan die kwaliteit voldoen. Het is niet zo dat we dan altijd voor de opleider met de laagste prijs zullen gaan. Eerst moet er worden voldaan aan de kwaliteitscriteria en dan gaan we voor de beste prijs-kwaliteitverhouding.”

Assertieve opdrachtgever

“Zo willen we als assertieve opdrachtgever de markt zo proberen te beïnvloeden dat gerenommeerde opleidingsinstellingen naast bijvoorbeeld reguliere instituten als het ROC, want daar zit voor een deel onze toekomstige aanwas, ook specifieke gevalideerde vakopleidingen op MBO- en HBO-niveau aan gaan bieden. Dan kunnen mensen in hun praktijk een opleiding met aantoonbaar HBO-niveau halen. Volgens mij is de markt groot genoeg om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen en te concurreren op kwaliteit en diversiteit”, aldus Paul Schuurmans.