Column: Weg met de spreadsheetfetisjisten

Column: Weg met de spreadsheetfetisjisten

Soms zou je willen dat Excel niet was uitgevonden. Dat er geen managers zijn die dat programma standaard op het bureaublad hebben staan. Dat er geen cursussen gegeven worden waardoor het mogelijk wordt om spreadsheets te ontwikkelen die, het liefst in groen, oranje en rood, aangeven of je op de goede weg bent. Bijvoorbeeld in het behalen van je targets, je vorderingen in je persoonlijke ontwikkeling, je zelf ingevulde POP- of PAP-doelen of andere onzin die je afleiden van je passie voor het werk.

Het wordt ook al maar gekker met die leidinggevenden en hun spreadsheets. Het wordt al maar gekker en ze beginnen er steeds vroeger mee. Op basisscholen worden leerkrachten al sinds enige jaren geconfronteerd met de zogeheten ‘datamuur’  die in mooie kleurtjes aangeeft hoe hun klas scoort op de cognitieve vakken. En natuurlijk is dit aanleiding voor scherpe opmerkingen van de directeur die zich ook maar als manager is gaan gedragen.

Dat betekent tegenwoordig dat hij niet meer per se gehinderd wordt door enige kennis van onderwijs, omdat ‘je alleen maar de goede vragen hoeft te stellen’. Dan kun je overal leiding geven. De jongste ontwikkelingen in het basisonderwijs geven aan dat de spreadsheetfetisjisten de wereld echt aan het veroveren zijn, want ook kinderen worden nu geconfronteerd met de datamuur. Dan kunnen sommige kinderen nl. zelf constateren dat door hun ‘gekluns’ het gemiddelde van de klas omlaag gehaald wordt. “En wat denk je daaraan te gaan doen” is dan de logische vervolgvraag van leerkracht en klasgenoten die graag als excellente klas door het leven gaan.

Onder het mom van ‘eigenaarschap’ en de borende ogen van medeleerlingen moet het arme schaap dan even gauw aangeven hoe hij een volgende keer teleurstelling bij anderen zal trachten te voorkomen. Alleen trieste leidinggevenden zonder passie en inspiratie zoeken hun toevlucht in spreadsheets met ‘afrekenbare en smartgeformuleerde targets’.

Hoe het anders kan bewijzen Blanchard en Bowles in hun indrukwekkende boekje ‘Gung Ho’ dat al in 1998 het levenslicht zag. Aan de hand van drie eenvoudige principes wordt beschreven hoe je medewerkers zo gemotiveerd en enthousiast krijgt dat ze zich volledig inzetten voor de organisatie. Dat gebeurt aan de hand van wijsheden die bedrijfsleider van het enige deel van een fabriek dat goed draaide uit de natuur had meegekregen.

Deze bedrijfsleider, de indiaan Andy Longclaw, zag:

  • eekhoorns de hele dag druk bezig zijn met het verzamelen van voedsel om de winter door te kunnen komen;
  • bevers zelf bepalen wat hun bijdrage is aan de bouw van een dam; er is geen baas;
  • ganzen elkaar de hele dag enthousiast toegakken, eigenlijk aanmoedigen.

Daar haalde Andy de volgende lessen uit.

De drijfveer van de eekhoorn:

  • besef dat we bijdragen aan de gemeenschap (belangrijk werk);
  • iedereen werkt aan een gemeenschappelijk doel;
  • normen en waarden sturen alle plannen, beslissingen en handelingen.

De werkwijze van de bever:

  • het speelveld heeft duidelijke grenslijnen;
  • ideeën, gevoelens behoeften en wensen worden gerespecteerd en serieus genomen;
  • het werk moet te doen zijn, maar ook uitdagend.

De gave van de gans:

  • complimenten kunnen actief of passief zijn, als ze maar ECHT (welgemeend) zijn;
  • zonder score is er geen wedstrijd; moedig ook de voortgang aan;
  • E = MC2: enthousiasme is gelijk aan de missie maal centen en complimenten.

Het boek Gung Ho is inspirerend en een echte aanrader. Ik ben er van overtuigd dat de De Gung Ho methode zeer effectief is om te zorgen voor meer motivatie en betrokkenheid binnen een organisatie. Alle managers zouden er goed aan doen om het Gung Ho principe in hun organisatie toe te passen. Koop het boekje en geef het aan je leidinggevende in ruil voor al die spreadsheets.
Gung Ho!!

Lex Bruijn, Adviseur/Trainer Bestuursacademie Nederland

Reageren? lbruijn@bestuursacademie.nl